Johannes Mattheus Kieseling, een Rotterdamse Glasgraveur uit Gotha
In 2024 overleed Wouter Ritsema van Eck, jarenlang (glas)conservator van het Rijksmuseum Amsterdam. In ons Jaarboek 2024 heeft Henk Martin Goldschmidt een kort artikel over hem opgenomen. Wij proberen meer artikelen van Ritsema van Eck te vinden en over te nemen. Hieronder volgt een artikel dat in 1985 in het Tijdschrift ‘Antiek’ is verschenen.
Johannes Mattheus Kieseling, een Rotterdamse glasgraveur uit Gotha
In 1953 kwam het Rijksmuseum in het bezit van een met het radgegraveerde bokaal, die weliswaar niet is gesigneerd maar waarvan op grond van archivalische gegevens vast staat dat ze gegraveerd is door de Rotterdammer Johannes Mattheus Kieseling.1 Meer dan dit was over deze graveur tot op heden niet bekend. Een toevallig telefoongesprek met het Waterschap De Overwaard te Kinderdijk en een daaruit voortvloeiend onderzoek in het Gemeente Archief te Rotterdam, het Archief van de Evangelische-Lutherse Stadtkirchgemeinde te Gotha, en het Archief van genoemd Waterschap in Gorinchem bracht meer over zijn persoon en werk aan het licht. 2
Op 20 mei 1691 werd hij in de St. Augustin-kerk te Gotha gedoopt als .Johann Matthëus Kissling, zoon van Heinrich lgnatius . 3 Op 14 augustus 1717 werd voor het eerst in Rotterdam melding gemaakt van Kieseling, toen hij werd ingeschreven in het Poorterboek als ‘Johannis Mattheus Kieseling, gebooren van Saxengota’.4 In 1718 trouwde hij met de Rotterdamse Maria Sluyters, blijkens wederzijdse testamenten die op 20 september van dat jaar werden opgemaakt en waarin Maria als echtgenote van Johannes wordt vermeld. 5 Op 17 november 1722 kreeg het echtpaar een dochter Maria Martha.6 Inmiddels hadden zij in 1719 een huis gekocht aan de Vissersdijk. 7 In een getuigenverklaring uit hetzelfde jaar werd hij vermeld als ‘Johannis Kieselingh, glasdriller, oud 29 jaar en wonende op de Vissersdijk’.‘8 Op 19 oktober 1735 werd hij begraven. 9 Het echtpaar woonde toen niet meer op de Vissersdijk maar aan de Geldersekaay. Uit het feit dat hij een huis bezat en dat zijn weduwe voor de begrafenis impost betaalde, kan worden afgeleid dat het Kieseling niet slecht was gegaan. Waarschijnlijk was zijn voornaamste bron van inkomsten niet het graveren van glas maar de verkoop van gewoon gebruiksglas. Uit de archieven van het Hoogheemraadschap van Schieland te Rotterdam en het Waterschap te Kinderdijk blijkt dat hij gebruiksglazen leverde aan deze instellingen.10 Als graveur van glas heeft hij zeker bekendheid genoten, hoewel de kwaliteit van zijn werk niet behoort tot het allerbeste dat er op dit gebied is gemaakt. Behalve de hierna te bespreken glazen in het Rijksmuseum en het Waterschap te Kinderdijk, bevonden zich in de bekende kunstverzameling van Jan Bisschop te Rotterdam glazen gegraveerd door Kieseling. 1 1

Zijde van de bokaal met de personificatie van de Eendracht, links het stadswapen van Arkel, rechts het wapen van Holland en hangend aan het lint de wapens van Leeuwen, van Hemert en van Assendelft.
De bokaal in het Rijksmuseum behoorde eens toe aan het gezelschap ‘Den Negenden’, dat tussen 1727 en 1734 in Gorinchem bestond 1 2 ( afb. links). Bij het glas bevindt zich nog het oorspronkelijke kalfsleren foedraal, gevoerd met rood laken. De bokaal had een deksel, die wel beschreven wordt maar niet meer bestaat. In de cuppa is een stuk gelijmd. Zowel over het gezelschap als over de bokaal zijn we uitvoerig geïnformeerd door twee eigentijdse bronnen. 13 Mr. Pieter de Bye, één der leden van ‘Den Negenden’ beschreef het gezelschap en haar gebruiken uitvoerig, waarbij hij ook veel aandacht aan de bokaal besteedde. Ten tweede geven de memorien van Mr. Diderik van Bleyswijk, burgemeester van Gorinchem, een beschrijving van de politieke gebeurtenissen die zich in die tijd in Gorinchem afspeelden rond dit gezelschap. De regerende Gorinchemse regentenfamilies waren, sinds een onverkwikkelijk schandaal in de Vroedschap in 1684, verdeeld in twee kampen, die elkaar voortdurend dwars zaten en elk voor zich probeerden de belangrijkste en lucratiefste ambten in Gorinchem en omgeving te bemachtigen. Tot dit doel was al in 1687 een gezelschap genaamd ‘De Vriendelijke Bijeenkomst’ opgericht. Dit gezelschap bezat een zilveren bokaal.14 Op 9 december 1727 werd door de tegenpartij ‘Den Negenden’ opgericht, genoemd naar de datum van oprichting. Toevalligerwijs bestond het gezelschap bij de oprichting ook uit negen leden, te weten Caspar van Hoey, Hieronymus van Vechoven, Johan Brand, François van Hurck, Abraham van Hoey Gerritsz, Maarten Daey, Jacob van Assendelft, Cornelis van der Does en Johan van Hemert. Het gezelschap kwam maandelijks bijéén op een koud souper ten huize van één der leden. De bokaal werd in het foedraal van huis naar huis vervoerd daags na het souper. ‘En dewijl’ – aldus het manuscript van de Bye – ‘men in deze vriendelijke bijeenkomst gewoon is op het aanzitten te beginnen met een onderscheiden en plechtigen dronk van duurzame eendracht en oprechte vriendschap, diende daartoe ook ontworpen en geschikt te worden een feestelijk glas of beker voerende eenig zinnenbeeldt en bijschrift, slaande op het edelmoedig en heilzaam oogmerk der maatschappije’. De Bye maakte daarop zelf een ontwerp voor de bokaal. Frans van Mieris II te Leiden leverde een gedetailleerde tekening. Nadat het ontwerp goedgekeurd was, gaf het gezelschap op 26 januari 1732 opdracht aan Johannes Kieseling te Rotterdam de bokaal te graveren. Hij ontving hiervoor 75 gulden. In het reglement van het gezelschap was bepaald dat de bokaal alleen gebruikt mocht worden om te drinken op het welzijn van het gezelschap ‘Den Negenden’. ‘Gemene bokaaltjes’ werden gebruikt voor het uitbrengen van een dronk op andere personen en instellingen. Op 3 augustus 1732 werd de bokaal ingewijd ten huize van burgemeester Cornelis van der Does. In oktober van hetzelfde jaar brak de bokaal helaas, waarop de Bye een nieuw exemplaar bij Kieseling bestelde, dat gelijk was aan het eerste glas, met dien verstande dat de wapens van de niet stemgerechtigde leden Pieter de Bye, Jacob van Vechoven en Caspar van Hoey Gerritsz. werden toegevoegd op de onderzijde van de cuppa.
Rechts: personificatie van de Raad, met links het wapen van Gorinchem, rechts het wapen van de Republiek, hangend de wapens van Brandt, van Hoeij en Daey.


De cuppa is door pilasters verdeeld in vier compartimenten waarin de personificaties staan van Eendracht, Rede, Raad en Vaderlandsliefde, eigenschappen die ook voorkomen in het opschrift langs de rand van de cuppa dat luidt ‘Door eendracht, reede, raadt, en zucht voor stadt en staat duur deeze vriendschaps bandt zo lang, als stadt en landt’. 15 Rondom de onderkant van de cuppa staat ‘dees bandt, als wy sterven, verbinde ook onze erven’. Boven de vier pilasters zijn de wapens gegraveerd van de Republiek der Zeven Provincien, het gewest Holland, de stad Gorinchem en het Land van Arkel. De genoemde ‘vriendschapsbandt’ wordt voorgesteld boven het Gorinchemse wapen door twee inéén geslagen handen met een lint waaraan de wapens van de twaalf leden hangen, dezelfde als bij de oprichting onder toevoeging van Dirk Speijert, Nicolaes Ouwens en Gerard Leeuwen. Op de voet is omlopend de oprichtingsdatum gegraveerd ‘de ix van wintermaandt ci i ccxxvii’, omgeven door een slang die in zijn staart bijt, als symbool van de eeuwigdurende band. Op het verdwenen deksel was eikenloof gegraveerd. Op 8 november 1733 werd de tweede bokaal ingewijd ten huize van de burgemeester Van Hurck, die ter gelegenheid daarvan bokaal en deksel ad fundum leegdronk. Het gezelschap ‘Den Negenden’ was geen lang leven beschoren. Door verwikkelingen tussen de leden onderling viel het in februari 1731 uitéén. Het lid van Hemert liep zelfs over naar de tegenpartij en nam de bokaal mee!
Boven links: personificatie van de Reede, met links de Hollandse leeuw, rechts wapen van Gorinchem en hangend de wapens van van van Hurck, van Hoeij en van Vechoven.
Onder: de voet met de oprichtingsdatum 9 december 1 727 en een slang die in zijn eigen staart bijt


Boven: de Vaderlandsliefde, met links het wapen van de Republiek, rechts het wapen van Arkel en hangend de wapens van van der Does, Speyert en Ouwens.
Voor zover bekend signeerde Johannes Kieseling zijn glazen niet. In de collectie van het Waterschap De Overwaard in het Waardhuis te Kinderdijk bevinden zich echter acht gegraveerde glazen, die eveneens met zekerheid aan Johannes Kieseling kunnen worden toegeschreven op grond van gegevens in het archief van het Waterschap. 16 Op 10 oktober 1721 stuurde Johannes Kieseling dertien door hem gegraveerde bokalen naar het Waterschap, begeleid door een aanbiedingsbrief en de rekening. Bij de brief bevindt zich een lijst met een korte beschrijving van de glazen en de afleveringsdatum 16 september 1721. De zending is gericht aan Den Heer van Bernevelt (Barnevelt) te Gorinchem, Hoogheemraad van het Waterschap. De transcriptie van de brief luidt als volgt:

‘Mijn Heer De Heer v. Bernevelt presentement Gorckom Benevens Een Mandeke fijne Glazen
Rotterdam 10.10. 1721
Mijn Heer Hiernevens gaat een Mandcke met de geordoneercle 13 bocalen ordentelijk met de wapens gegravert. UEd gelieven mijn te excusere dat op dien tijd niet zijn klaer gewese, wijl’t onmogelijk was. Twijffele niet of werden genoege geven en wel conditioneert overkomen. De rekening is insgelijks nevens gaande en heb deselve bij provisie op UEd. naem geschreven wijl anders geen adres heb gehad. De prijzen sijn op’t allerlaegtst geschreven als ’t mogelijk is. Wens van herten dat met gezondheijt en veel pleuzier daeruijt mag gedronken werden. Waermecle naer vriendelijke salutatie en verdere preesentatie van mijn dienst ben
Mijn Heer UED W. Dienaer Johannes Kieseling
P.S. bij’t sluyte van de brief valt mij te binne dat UED van 11wijn kelcken gesproken, maer dewijl ’t mandeke al was gepackt en geen tijd meer had werde deselve toekomende zondag sende het nae veelterhande nieije Zoorten’


Onder de dertien in de lijst genoemde glazen bevinden zich tien gelijke exemplaren genummerd 1 t/m 10 17 en gegraveerd met wapens van plaatsen die onder het Waterschap ressorteerden en op de keerzijden wapens van Hoogheemraden en gecommitteerden alsmede een glas met ‘De Vriendschap’, één met ‘Vrede en Vrijhijt’ en één met het opschrift ‘Collegium in Aeternum esto’. De laatstgenoemde drie glazen dragen op de keerzijden eveneens wapens. Van deze tien bokalen zijn er acht bewaard gebleven, alleen de nummers 6 en 7 van de lijst ontbreken. De glazen moesten door de desbetreffende hoogheemraden en gecommitteerden zelf worden betaald, zoals blijkt uit een aantekening van Van Barnevelt achter op de rekening van Kieseling. In 1728 besloot het college van Hoogheemraden een vitrine te laten maken om de versierde glazen van het Waterschap in op te bergen. Ieder nieuw lid was verplicht een glas aan het Waterschap te schenken, gegraveerd met zijn wapen en een passende spreuk of afbeelding, ter plaatsing in de vitrine. 18 Tot op heden wordt de rijke collectie glas van het Waterschap op deze wijze in Kinderdijk bewaard.
Boven: Negen met het rad door Johannes Kieseling gegraveerde bokalen met wapens van hoogheemraden en gecommitteerden van het Waterschap De Overwaard, stadswapens en allegorische voorstellingen. Het tweede glas van rechts op de voorste rij wordt niet in de lijst vermeld, hoewel het tot dezelfde serie behoort, h. ca. ‘20 cm, Waardhuis te Kinderdijk.


De kwaliteit van het graveerwerk van Johannes Kieseling behoort, zoals reeds opgemerkt, niet tot de hoogste, die we uit de 18de eeuw kennen. Hij graveerde verdienstelijk, maar niet meer dan dat. Zijn werk is kwalitatief nog het beste te vergelijken met dat van de glasgraveur Willem Otto Robart, die in dezelfde tijd in Den Haag en Leiden werkzaam was. 19 Hij is echter beslist de mindere van zijn landgenoten, die zich eveneens hier vestigden zoals de spiegelgraveurs Christiaen en Christoffel Schröder te Den Haag en Delft en Jacob en Simon Jacob Sang te Amsterdam. Kieselings Duitse afkomst bevestigt de invloed van dit land op de 18de-eeuwse Nederlandse radgravure.
Van de omstandigheden waaronder glasgraveurs in de 18de eeuw in Nederland werkten is weinig bekend. Waren het kleine zelfstandigen? Voerden zij thuis opdrachten uit voor glaswinkels of combineerden zij het beroep van glashandel of glaswinkelier met dal van glasgraveur? Het laatste nu blijkt het geval te zijn bij Johannes Kieseling en zijn reeds genoemde tijdgenoot Willem Otto Robart.
Eén der bokalen met het wapen van van Hoeij op de ene en dat van Arkel op de andere zijde, door Kieseling gegraveerd. Rechts de keerzijde van deze bokaal met het wapen van Arkel en het opschrift ’t Land van Arkel.
De zeer uitvoerige manier waarop wij op de hoogte zijn van de wijze waarop het glas voor het gezelschap ‘Den Negenden’ en de glazen voor het Waardhuis besteld, betaald en gebruikt werden, geven ons tenslotte een, zeker niet compleet, maar wel een goed inzicht in de achtergronden en het gebruik van gegraveerd glas in de 18de eeuw in Nederland, een terrein waar eveneens weinig over bekend is.
‘Noten
- P.A.J. van Den Brandeler, ‘Mengelingen’, De Navorscher XXX (1880), blz. 585-592: Memorien van Mr. Diderik van Bleyswijk 1734-1755, met inleiding doot Theod. Jorissen, Utrecht 1887 (Werken van het Historisch genootschap te Utrecht, nieuwe reeks nr. 45); H.A. van Gogh, van ArkelsOude veste, Gorinchem 1898, blz. 242-244; H.E. van Gelder, ‘Achttiende eeuwse Glassnijders in HollandIV, Oud-Holland73 (1958) blz. 215-216.
2. Mijn vriendelijke dank aan mevrouw drs. J. F. Nauta, tot begin 1981 werkzaam bij het Waterschap De Overwaard te Kinderdijk, voor de door haar verstrekte gegevens uit het archief van het Waterschap en de medewerking verleend bij het tot stand komen van dit artikel.
3. Doopregister St. Augustin-Kirche zu Gotha, Jahrgang 1691, Fol.227, Nr.42 (Vriendelijke mededeling van de Evangelische-Lut. Stadtkirchgemeinde, Gotha.
4. Gemeente Archief Rotterdam (hierna afgekort G.A.R’dam:, Poorterboek, 288-1/120.
5. G.A.R’dam, Notarieel Archief (hierna afgekort Not. Arch.), 1698/2I9-24.
6. G.A.R’dam, Doopregister R.K. Kerk.
7. G.A.R’dam, Not. Arch. 1804/33.
8. G.A.R’dam, Not. Arch.2386/563
9. G.A.R’dam, register begraven.
10. Archief Hoogheemraadschap van Schieland, Rotterdam, rekeningen en bijlagen uit de volgende jaren: 1721 (11565), 1728 (11572), 1729 (nr.11573), 1731 (nr.11575), ‘1734 (nr 11578), 1735 (nr.11579). Archiefbewaarplaats Hoogheemraadschap van de Alhlasserwaard en de Vijf Heerenlanden, Gorinchem, Archief Waterschap De Overwaard, nr. 208.
11. Veiling cat. collectie Jan Bisschop, Rotterdam, 1 5 juli 1771, blz. 274, nr. 266 Een gesneden dito (Bokaal], waar op een Bacchanaal, met bywcrk, door Kieseling, hoog 10 1/2, wyd 5 1/2 duim., nr, 267 Een dito, verbeeldende een Vrolyk Boerengezelschap, met bywerk, door denzelven, hoog en wyd als voren. nr. 270 Een dito, met een Endendekooi, door Kiezeling, hoog 7 1/2, wyd 5 1/2 duim. In dezelfde veilingcatalogus worden onder dé” nummers 264 en 265 twee glazen vermeld, in een gecombineerde techniek van stippen en graveren met het rad, door H. van Gemming, daterend uit I 752 en 1751 en onder nr. 268 een bokaal gegraveerd door W.O. Robart uit 1740.
12. lnv. R.B.K. 1953-65 a/b, geschenk van M.C. van Houten te Doorn.
13. Van Den Brandeler, op. cit. (noot 1 ) en Memorien, op. cit. (noot 1). Van Den Brandeler bezat in 1880 het originele manuscript van Pieter de Bye, alsmede de hier vermelde tekening van Frans van Mieris 11. De belangrijkste gegevens uit het manuscript publiceerde hij in genoemd artikel in 1880. Pogingen, o.a. in het familiearchief Van Den Brandeler in het Algemeen Rijksarchief te Den Haag, om de huidige verblijfplaats van het manuscript en de tekening op te sporen bleven zonder resultaat. Van Den Brandeler kende destijds de verblijfplaats van de bokaal niet, gezien zijn oproep, aan het einde van zijn artikel of iemand ook weet waar de bokaal zich bevindt!
14. Van Goch, of. cit. (noot 1 ), blz. 242, met afb. Thans rnuseum ‘Dit is in Bethlehem’ te Gorinchem.
15. Van Den Brandeler, op. cit. (noot 1), blz. 587-588 gaat uitvoerig in op de personificaties van Eendracht. De Rede. De Raad en De Liefde.
16. Archiehewaarplaats Hooghheemraadschap van de Alblasscrwaard en de Vijf Heerenlanden, Gorinchem, Archief Waterschap De Overwaard, nr. 208.
17. De tekst van de lijst luidt:
Dan 10 Eene Egaele Glaesen
Nr I t’land Van Arkel, daarbij de tinnands en t’waepe van d’H. van Hoeij daeragter
Nr 2 Harlaer, t’waepe van d’H. van der does daeragter
Nr 3 ‘Noordeloos en over Slingeland, t’waepe van d’H. Barnevelt daeragter
Nr 4 Languraeq, t’waepe van d’H. Repelaer daeragter
Nr 5 Hardinxvelt, t’waepe van d’H Everwijn daeragter
Nr 6 Liesvelt, t’waepe van d’H. Van daele daeragter
Nr 7 Giese Nieuwkerk, t’waepe van barnevelt als nr 3 daeragter
Nr 8 Vriendschap, t’waepe van barnevelt alsvoore
Nr 9 Vreede en Vrijhijt, t’waepe van barnevelt [… ]
Nr 10 Salus Collegij, & Serpente’, t’waepe van d’H. Rietvelt daeragter
18. Ibidem Resolutieboek 172H, 6/7 augustus.
19 P.C. Ritsema van Eck, ‘De glasgraveur Willem Otto Robart (1696-1750)’, Bull. Rijksmuseum 28 (1980). blz. 167-177. Foto’s Rijksmuseum, Amsterdam.
