Lattimo in Amsterdam

Dit artikel werd eerder gepubliceerd in Vormen uit Vuur (nr 257, maart 2025/1) van de Ned. Vereniging van Vrienden van Ceramiek en Glas

Tussen de archeologische vondsten in de Nederlanden zit af en toe wat opaak wit glas. Dit witte glas wordt vaak met de Italiaanse term lattimo (latte is Italiaans voor melk) aangeduid. In Amsterdam zien we lattimo in de late zestiende eeuw verschijnen. In dit artikel gaan we op zoek naar de productieplaatsen van het in Amsterdam en elders in de Nederlanden gevonden lattimo. In het verleden zijn Venetië, Middelburg en zelfs Portugal gesuggereerd als productieplaats.1 Wat weten we inmiddels over de herkomst van lattimo?

Michel Hulst, Jerzy J. Kunicki-Goldfinger, Zsolt Kasztovszky

Lattimo schaaltje met emailbeschildering, boven en zijaanzicht, inv.nr.WLO-297-3, foto Monumenten en Archeologie, gem. Amsterdam

Historische achtergrond

In Venetië werd lattimo mogelijk al in de veertiende eeuw gemaakt. Het oudste overgeleverde recept dateert uit 1460 en staat in het boek Trattato di architettura van Antonio Averlino.2 Deze vermelding gaat waarschijnlijk over mozaïeksteentjes, maar het recept voor lattimo blijft nog eeuwen in gebruik. Lattimo werd in Venetië ook gebruikt om Chinees porselein na te maken, in die tijd een kostbaar exotisch goed. De hertog van Ferrara liet in 1504 glaswerk aankopen in Venetië, porcelana contrafacta.3 Daarnaast zijn er talloze vermeldingen van de term ‘lattimo’ in de vijftiende en zestiende eeuw en vermeldingen dat dit glaswerk werd geëmailleerd. Van deze glazen hebben er maar weinig de tand des tijds overleefd.4

In 1612 werd het boek L’Arte Vetraria` uitgegeven, geschreven door de Italiaanse priester Antonio Neri, die ook glasblazer en alchemist was. Hij werkte onder andere in Antwerpen. Dit boek bevat glasrecepten voor het maken van Venetiaans glas en diverse kleuren glas. Het beschrijft twee recepten voor het maken van lattimo, namelijk een recept voor Lattimo bello (mooi lattimo) en een recept voor lattimo bello, e più bianco (mooi en nog witter lattimo).5 Beide recepten beschrijven het gebruik van een mengsel van lood en tinkalk. In Venetië gebruikte men ook antimoon om glas opaak wit te kleuren. De eerste schriftelijke vermelding van het gebruik van antimoon voor het maken van lattimo dateert uit 1640. Een recept met deze samenstelling staat in het zogenaamde Darduin-manuscript.6 Het vroegste bewijs voor het gebruik van antimoon voor de productie van wit glas gaat echter terug tot in de zestiende eeuw, waar het in Venetië voor witte emailverf werd gebruikt.7

Lattimo schaaltje afkomstig uit Epinal in Frankrijk, foto Hubert Cabart

Het was ook mogelijk om glas opaak wit te kleuren met behulp van beenderas en de toevoeging van het mineraal apatiet om het glas ondoorzichtig te maken. Het oudste glasrecept met beenderas komt uit Venetië en is beschreven in II Tuscan Trattatello 8, waarschijnlijk uit de vijftiende eeuw en in het manuscript van Montpellier 9 (zestiende eeuw). Deze samenstelling werd in verschillende Europese productieregios en glashuizen gebruikt, met name in de glasregios van Midden-Europa. Soop en De Twee Rozen In 2000 werd een deel van een van de vroegste glashuizen van Amsterdam opgegraven, het glashuis Soop.10 In een achtertuin aan de Kloveniersburgwal werd een grote hoeveelheid glasafval van dit glashuis gevonden. Het glashuis was actief vanaf 1601 en beëindigde de activiteiten vóór 1633. 11 Dit glashuis was in staat om veel verschillende kleuren glas te maken. Er is archeologisch aangetoond dat er lattimo werd gemaakt, hoofdzakelijk voor kralen en voor witte glasstaafjes waar veel glaswerk mee werd versierd.

Hals van een lattimo schenkkan uit de ophogingslaag van het Waterlooplein, met langs de bovenrand een iets andere kleur glasdraad, inv.nr. WLO155-247, foto Monumenten en Archeologie, gem. Amsterdam

Van later datum is er een vermelding in de ‘Beschreibung der Stadt Amsterdam’, uitgegeven in 1664. De beschrijving gaat over het glashuis De Twee Rozen aan de Keizersgracht. De tekst is op het moment van uitgave waarschijnlijk al enkele jaren oud. Dit glashuis is tussen 1657 en 1660 naar de Rozengracht verhuisd. De omschrijving bevat twee interessante passages: Darinnen werden nicht allein allerlei flasche/gläserne kugeln/wein-bier-und andere gläser/wie man sie haben wil/durchscheinend oder nicht durchscheinend /gefärbet oder ungefärbet. Iets verderop in de tekst: Alda siehet man glaserne flöhten/röhre/pothöhle/schüsselen/schalen/ und was man am sonsten erdenken kann/teils gans weis eben als Porzelein/teils von andere farben. 12 Er werd allerlei glaswerk gemaakt, in vele kleuren en zowel doorzichtig als ondoorzichtig. Een belangrijke aanduiding voor ons is dat er glas ‘zo wit als porselein’ werd gemaakt, waaruit blijkt dat bij De Twee Rozen lattimo werd geproduceerd. Dit wordt bevestigd door de vondsten van een archeologische opgraving van dit glashuis in 2006. 13 Tussen het glas productieafval van het glashuis werden enkele scherven van lattimo in een luchtkoker van de glasoven gevonden. Hoewel er tussen het materiaal van de oudere glashuizen geen lattimo is aangetroffen, lijkt het aannemelijk dat dit glaswerk daar wel is gemaakt. Door het ontbreken van vondstmateriaal weten we echter niet om welke vormen het gaat.

Lattimo vaas met Franstalige tekst, gevonden in de Dinantstraat in Brussel, foto B. Felgenhauer © urban.brussels

Voet van een lattimo vaas of kan, gevonden tijdens het archeologisch onderzoek van de Noord/Zuidlijn in Amsterdam, inv. nr. NZR2.00215GLS010, foto Harold Strak/Monumenten en Archeologie, gemeente Amsterdam

Lattimo glaswerk uit archeologische context

In de Nederlanden is lattimo uit de zestiende en zeventiende eeuw relatief zeldzaam. Uit de periode 1575-1650 kennen we witte schaaltjes op een ingevouwen voet, schenkkannen, vazen en brandwijnkommen. Soms zijn deze glazen ook voorzien van een emailbeschildering.

Schaaltjes

De meest voorkomende vorm van lattimo zijn schaaltjes op een ingevouwen voet.14 In Amsterdam zijn diverse schaaltjes gevonden; in sommige beerputten zelfs verschillende exemplaren. De meeste schaaltjes zijn niet beschilderd. Een exemplaar uit een beerput aan het Waterlooplein (WLO-2973) had wel een emailbeschildering (afb. 1). Deze beerput dateert uit 1610-1625.15 In heel Nederland zijn schaaltjes van dit type opgegraven, onder andere in Alkmaar, Amsterdam, Enkhuizen, Haarlem, Delft, Oudeschans, Rotterdam, Utrecht, Susteren en Zwolle.16 Het meest noordelijke exemplaar werd gevonden in het fort van Oudeschans, vlakbij de Duitse grens in Groningen. Hier zijn fragmenten van drie exemplaren gevonden die dateren uit 1592-1640, de oudste fase van het fort.17 De stadsarcheoloog van Amsterdam Jan Baart heeft drie exemplaren in het buitenland kunnen ontdekken, twee in Portugal en een in Southampton, Engeland.18 In Frankrijk zijn twee exemplaren gevonden: een – nog ongepubliceerd – exemplaar in Epinal in de Vogezen (afb. 2)19 en een exemplaar in Parijs op het Cour Napoléon bij het Louvre.20

Kannen en vazen

Schenkkannen en vazen behoren tot de meer zeldzame vormen gebruiksglaswerk uit de zeventiende eeuw die bij archeologische opgravingen worden gevonden. In Amsterdam zijn slechts vier fragmenten van grote lattimo kannen opgegraven. In een ophogingslaag van het Waterlooplein werd een hals met oor van een schenkkan gevonden (WLO-155-247) (afb. 3). Deze ophogingslaag voor het bouwrijp maken van het Waterlooplein dateert van kort voor 1600, dus ook de hals moet van voor 1600 dateren. Een glasdraad van een ander soort glas is welbewust aangebracht rond de lip van de kan. Ditzelfde is vastgesteld bij een kan in het British Museum. Hier wordt de glasdraad op de lip als ‘dichroïsch glas’ omschreven.21 Dichroisch is glas met een bijzondere eigenschap: het heeft een andere kleur als er licht op valt dan als er licht doorheen schijnt. Als er licht op valt, is het glas opaak bruinwit. Als er licht doorheen schijnt, kleurt het doorzichtig honingbruin. Door de irisering van het glas is het bij archeologische exemplaren slecht zichtbaar.

Fragment van lattimo kan/vaas, emailbeschildering, tekst Bon Coeur, inv.nr. 372-648-G01, foto Archeologie West-Friesland

Van andere fragmenten uit Amsterdam is niet duidelijk of het om een vaas of een schenkkan gaat. Een fragment van een oor (WLO-135) komt uit een beerput aan het Waterlooplein. Een andere beerput aan het Waterlooplein bevatte een voetfragment (WLO-240-68). En tijdens de aanleg van de Noord/Zuidlijn werd nog een fragment van een bodem en voet gevonden (afb. 4).

Fragmenten van dergelijke kannen of vazen zijn bekend uit de gehele Nederlanden. Er zijn exemplaren gevonden in Antwerpen, Breda, Delft, Enkhuizen, Middelburg, Nijmegen en Roermond.22 Een vrijwel compleet exemplaar van een vaas is in Brussel opgegraven (afb. 5). Hierop staat de Franse tekst ‘(es) perence est en dieu’ (de hoop is in god). De vaas heeft twee handvaten gehad, waarvan er een bewaard is gebleven. Een van de exemplaren uit Enkhuizen is voorzien van de Franse tekst ‘Bon Coeur’ (goed hart, van harte) (afb. 6). Tot slot zijn in Middelburg fragmenten van een vaas gevonden. Enkele fragmenten zijn voorzien van de Franse woorden ‘Vous’ en ‘il’ in emailverf.23 In een artikel in het Journal of Glass Studies over geëmailleerd Frans glas wordt een kan afgebeeld die bijzonder veel lijkt op de beschreven archeologische vondsten (afb. 7).24 De kan heeft ook een Franse tekst en is voorzien van een afbeelding van een bakker bij een oven. De tekst op deze kan is ‘Vive la belle que mon coeur aime’ (lang leve de schone waar mijn hart van houdt).25 Het fragment van Enkhuizen met de tekst ‘Bon Coeur’ zou een variant op deze tekst kunnen zijn. Er wordt gesuggereerd dat deze kan afkomstig is uit de regio Elzas-Lotharingen, hoewel men ook de optie van Bohemen openhoudt. Bijzonder opvallend zijn de zigzag-patronen op de hals die overeenkomen met een ander exemplaar uit Enkhuizen (afb. 8). De draad van dichroïsch glas op de lip vertoont grote gelijkenis met het genoemde exemplaar van het Waterlooplein in Amsterdam.

Lattimo kan met opschrift ‘Vive la belle que mon coeur aime’, inv.nr. 1863.0508.1, foto British Museum

Fragmenten van een lattimo kan, gevonden in Enkhuizen, inv.nr. 446135-G01, foto Archeologie West-Friesland

Een ander type kan is in Delft gevonden. Het gaat om een zeskantige kan met eenzelfde hals als de bovengenoemde kannen.26 De kan is nageblazen in een zeskantige mal waardoor deze een fijn ruitpatroon kreeg. Een tweede exemplaar van dit type kan werd eveneens in Delft gevonden. Deze kan is ook voorzien van een emailversiering op de hals en schouder, die zeer verwant is aan de andere exemplaren (afb. 9). De emailbeschilderingen hebben veel overeenkomsten met elkaar. Naast de teksten, die altijd in het Frans zijn, zien we veel schubmotieven (afb. 1, 5 en 10). Gekrulde bloemranken zien we veel op schaaltjes en op het fragment uit Enkhuizen met de tekst Bon Coeur en op de zeskantige kan uit Delft.27

Zeskantige lattimo kan uit de tuin van Oude Delft 178 in Delft, projectcode DC72, foto en tekening J. van Horssen, Erfgoed Delft, gemeente Delft (rechts boven en onder)

Kom

Kom In een beerput aan de Jodenbreestraat in Amsterdam is een witte brandewijnkom met een grote omgeslagen rand aangetroffen (afb. 11).28 Aan de rand is een horizontaal plat oortje met uitgetrokken puntjes bevestigd, wat typisch is voor een brandewijnkom. Helaas is de kom niet helemaal compleet waardoor het niet bekend is of er één of twee oortjes geweest zijn. Het oortje is gemaakt van hetzelfde soort dichroïsch glas dat ook voor de genoemde schenkkan is gebruikt. In Tiel werd een vergelijkbaar exemplaar opgegraven.29 Ook werd een vergelijkbaar oortje in Enkhuizen gevonden.30

Lattimo brandewijnkom, gevonden in een beerput aan de Jodenbreestraat in Amsterdam, inv.nr. JO4-47,foto Monumenten en Archeologie, gemeente Amsterdam

Lattimo kom met oortje, gevonden in een beerput aan de Herengracht, inv.nr. HE3-38, tekening auteur

Binnen het lattimo uit de zeventiende eeuw wijken een aantal objecten op basis van de chemische samenstelling af van de hiervoor beschreven groep voorwerpen. Daarnaast zijn deze glazen niet beschilderd met emailverf. Het gaat allereerst om een lattimo kom die is gevonden in een beerput aan de Herengracht en dateert tussen 1618 en 1640 (HE338) (afb. 12).31 De kom staat op een standring en is voorzien van een oor. Het glas is bruin uitgeslagen door het verblijf in de bodem. Op enkele (moderne) breuken is de oorspronkelijke witte kleur nog goed zichtbaar. Er is een vergelijkbaar exemplaar bekend uit een beerput in Brugge.32 Dit exemplaar is mogelijk ouder dan het Amsterdamse exemplaar. Uit een beerput aan de Warmoesstraat in Amsterdam komt een vaasje op een voet (WA24-2-254) (afb. 13). De beerput bevatte materiaal uit de hele zeventiende eeuw, met de nadruk op de tweede helft. Uit een beerput aan de Tuinstraat in Amsterdam is een zoutschaaltje afkomstig (afb. 14). Dit schaaltje op voet heeft een optische ribbel. Het is mogelijk dat dit schaaltje bij glashuis De Twee Rozen is gemaakt, aangezien bij de opgraving van deze glasblazerij lattimo glas met optische patronen is gevonden.33 Vermeldenswaardig is tot slot een kom meteen optische ribbel en twee oortjes die is ge- vonden bij een opgraving aan de Walsteeg in Utrecht.34 Op basis van de vorm is het ver- moedelijk een Venetiaans glas.35

Lattimo vaasje op voet, gevonden in de Warmoesstraat in Amsterdam, inv. nr. WA24-2-254, foto Monumenten en Archeologie, gemeente Amsterdam

Lattimo schaal op voet, gevonden in de Tuinstraat in Amsterdam, inv.nr. TUI14-3, foto Monumenten en Archeologie, gemeente Amsterdam

Ideeën over de herkomst/

Een eerste poging om de herkomst van lattimo glas te bepalen werd gedaan door Henkes. In zijn standaardwerk Glas zonder Glans uit 1994 merkt hij al op dat lattimo verspreid over de Nederlanden voorkomt. Er was in die tijd nog zeer weinig bekend over de productie van de façon-de-Venise glashuizen. Chemische analyse stond nog in de kinder- schoenen en het toeschrijven van glazen aan productieplaatsen gebeurde op basis van vorm en vindplaats. Aangezien er een glas- huis in Middelburg was gevestigd, werd de betreffende kan aan Middelburg toegeschreven. Een vaas die in Delft is gevonden, zou op basis van de vorm uit Venetië afkomstig kunnen zijn. 36 Schaaltjes op een ingevouwen voet werden aan de Nederlanden toegeschreven.37

Op basis van hun vindplaats in een Portugese kerk werd door Baart in 2007 de hypothese opgeworpen dat schaaltjes op ingevouwen voet uit Portugal zouden kunnen komen. Ondanks intensief onderzoek van de afgelopen jaren in Portugal zijn dergelijke schaaltjes daar echter niet gevonden. 38 Door Ter Steege et al. wordt een verband gelegd tussen de vondsten in Enkhuizen, waar op- vallend veel voorwerpen van lattimo zijn opgegraven en de handel op de Franse westkust, met name Rouen. 39

Chemische analyse

Door chemische analyse kan de samenstelling van het lattimo worden bepaald. Met deze informatie kunnen we uitspraken doen over herkomst en productie van het glas. In 2018 zijn vijf Amsterdamse lattimo glazen geanalyseerd door het Budapest Neutron Centre in Hongarije, als onderdeel van een groter project. 40 De analyses zijn uitgevoerd met PromptGammaActivationAnalyse (PGAA). 41 Deze methode is niet-destructief en geeft de gemiddelde waarden van de samenstelling die karakteristiek zijn voor het glas. De resultaten zijn weergegeven in tabel 1.

De uitkomst van de analyses is interessant. Er zijn twee groepen te onderscheiden. Een eerste groep bestaat uit het schaaltje op ingevouwen voet (KG23-49), een schenkkan (WLO-155-24) en een brandewijnkom (JO4- 47). Dit glaswerk is waarschijnlijk volgens een gelijk recept gemaakt van een glastype HLLA (high-lime low-alkali). De voorwerpen zijn gemaakt met houtas als flux, de stof die wordt gebruikt om het hoge smeltpunt van de belangrijkste glasvormende bestanddelen te verlagen. Het schaaltje (KG23-49) en de schenkkan (WLO-155-24) zijn gekleurd met beenderas. Dit is te zien aan de hoge waarde van fosfor en calcium in de meting. In het geval van de brandewijnkom (JO4-47) ligt de fosforconcentratie waarschijnlijk onder de detectielimiet van de PGAA-methode, namelijk rond 1%. We mogen voorzichtig aannemen dat ook dit glas met behulp van beenderas is gekleurd. Dit zou bevestigd kunnen worden door de analyse met een andere methode, zoals Laserablatie Inductief gekoppelde plasmamassaspectrometrie (LA-ICP-MS), nogmaals uit te voeren. Deze methode is zeer geschikt voor element- en isotopenselectieve analyses, maar is detructief.

Mogelijke locaties van de productie met beenderas

Zoals gezegd werd het recept van lattimo met beenderas door heel Europa gebruikt. We vinden bijvoorbeeld kralen in Frankrijk die met beenderas wit zijn gekleurd. 42 De samenstelling van dit glas sluit echter uit dat het is gemaakt in een West-Europees glashuis dat werkte à la façon de Venise. Façon-de-Venise glas werd gemaakt naar Venetiaans voorbeeld en men werkte met hoogwaardige ingrediënten zoals natrium in plaats van beenderas. Ook de belangrijke glasregio Bohemen kan worden uitgesloten, ondanks dat de façon-de-Venise glashuizen daar al in de zeventiende eeuw soms beenderas gebruikten om lattimo glas te kleuren. 43 De glazen bevatten namelijk geen natriumchloride (NaCl), in tegenstelling tot lattimo uit deze periode uit de regio Bohemen. We moeten de herkomst waarschijnlijk zoeken in de richting van glashuizen die in de Waldglas traditie werkten. En dan gaat het eerder om een productieregio dan om één enkel glashuis.

Tin en lood

Een tweede groep lattimo betreft exemplaren die mogelijk lokaal zijn gemaakt. De kom met oortje (HE3-38) bleek natriumglas te zijn. Tin en lood zijn toegevoegd om het glas opaak wit te kleuren. Deze samenstelling wordt beschreven in Venetiaanse glas- recepten en in het recept van Antonio Neri, en analyses in Venetië laten het gebruik van een vergelijkbaar recept zien.44 Het glas heeft een samenstelling die te vergelijken is met de producten van de façon-de-Venise glashuizen. Ook in de Amsterdamse glashuizen Soop en De Twee Rozen aan de Keizersgracht werd dit glas gemaakt. Het zullen vooral glashuizen zijn geweest in de grote steden waar handelsnetwerken de toevoer van belangrijke grondstoffen garandeerden, waar deze samenstelling werd gebruikt. Zo werd ook in Rouen in Frankrijk wit glas gemaakt met deze samenstelling. 45

Antimoon

In de tweede helft van de zeventiende eeuw zien we een andere samenstelling van lattimo in Amsterdam. In het glashuis De Twee Rozen aan de Rozengracht werd lattimo gemaakt door antimoonverbindingen (Sb) toe te voegen.46 Dit is een heel andere glassamenstelling dan bij het hiervoor beschreven exemplaar. Een kleine vaas of schenkkan (WA24-2-254) is eveneens gekleurd met antimoonverbindingen. Waarschijnlijk dateert deze vaas of schenkkan uit de tweede helft van de zeventiende eeuw. In deze tijd zijn aan de Rozengracht glazen geproduceerd die met antimoonverbindingen werden gekleurd. Maar het lattimo van de Rozengracht bevatte altijd een paar procent loodoxide (PbO). Dit loodoxide ontbreekt in het vaasje van de Warmoesstraat, wat een aanwijzing kan zijn dat dit glas niet bij De Twee Rozen aan de Rozengracht is gemaakt.

Conclusie

Het lattimo dat in dit artikel is besproken, valt uiteen in twee groepen. De glazen met beenderas zijn van de zestiende tot eerste helft zeventiende eeuw gemaakt. Sommige glazen zijn met emailverf beschilderd. Dankzij de resultaten van de chemische analyses kunnen we uitsluiten dat deze glazen in het Middellandse zeegebied, Bohemen of in de West-Europese façon-de-Venise glashuizen zijn gemaakt. Hoewel betrekkelijk zeldzaam zijn de kannen, schaaltjes en kommen verspreid over de Nederlanden gevonden. Interessant is het gebruik van dichroïsch glas voor de oren van de brandewijnkom en langs de rand van verschillende kannen. De emailbeschilderingen zijn veelal aan elkaar verwant. Mogelijk gaat het om producten uit hetzelfde glashuis, maar meer waarschijnlijk om een productieregio. De afgebeelde teksten zijn allemaal in het Frans. Dit kan een aanwijzing zijn dat de glazen in de Zuidelijke Nederlanden of in Frankrijk zijn gemaakt. Het meest voor de hand liggend is een productieregio waar men in de Waldglas traditie werkte. Het blijft echter een hypothese zolang er geen glashuizen zijn opgegraven waar dit glaswerk is gemaakt.

De tweede groep is vermoedelijk ontstaan in de façon-de-Venise glashuizen in Amsterdam of de Nederlanden. Een kom met oortje uit een beerput aan de Herengracht is zeer waarschijnlijk een product van een Amsterdams glashuis uit de eerste helft van de zeventiende eeuw. Het zoutschaaltje en een vaasje zijn waarschijnlijk uit de tweede helft van de zeventiende eeuw. Het zoutschaaltje kan door glasblazerij De Twee Rozen zijn gemaakt. Het vaasje is waarschijnlijk niet door De Twee Rozen gemaakt, maar een herkomst in de Nederlanden lijkt wel voor de hand te liggen.

Tabel 1                                                                                                                                                                               

Chemische samenstelling van de geanalyseerde lattimo glazen, gevonden in Amsterdam,

< betreft onder detectielimiet, data: Kasztovszky et al. 2022

inv.nr.afbeeldingvoorwerpkleurmiddelNa2OMgOAl2O3SiO2  P2O5SO3 ClK2OCaOMn2O3Fe2O3TiO2CoOPbOSb2O3SnO2  B2O3Sm2O3Gd2O3
JO4-4711brandewijnkombeenderas?0.322.782.4463.20.56 0.063.0125.80.870.630.230.0680.0000887
KG23-49schaaltjebeenderas0.492.772.6658.52.930.91 0.191.8528.10.500.790.190.0640.00011470.0000910
  WLO-155-247  3hals met oor van een schenkkan  beenderas  0.49  1.93  3.19  62.6  2.42  0.43   0.23  2.56  24.6  0.52  0.69  0.22      0.057  0.0001124  0.0001547
HE3-3812kom met oortjetin12.02.620.8450.70.34 0.582.447.350.030.350.030.00111.411.00.023
WA24-2-25413kleine vaasantimoon10.82.921.4560.90.79 0.455.6610.60.240.480.115.610.0150.00007110.0000855

Literatuur                                                                                                                                                                               

J. Baart, ‘Melkglazen drinkschalen met een emailversiering, Portugese glasimporten uit Nederlandse bodem’, Vormen uit Vuur 197, 2007

J. Baart, ‘Der Gebrauch von Glas in Amsterdam im 17. Jahrhundert’, in: C. Grimm, Glück und Glas, Zur Kulturgeschichte des Spessartglases, München 1984

J. Barrera, ‘La verrerie des fouilles de la cour Na- poléon du Louvre. Deuxième partie’, in: Annales AIHV 12, 1993

M. Bartels, Steden in scherven. Vondsten uit beerputten in Deventer, Dordrecht, Nijmegen en Tiel (1250- 1900), deel 2 (catalogus), Zwolle 1999

A. Dawson, `French glass in the British Museum collection` In: Journal of Glass studies 53, 2011

L. Desnerck, Middeleeuws Brugge onder de loep. Studie naar glascontexten uit Brugge tussen 1250 en 1550, masterproef Universiteit Gent, 2024

D. Duijn, ‘Middeleeuwse sporen onder een 16de-eeuwse nieuwbouwwijk. Archeologisch onderzoek langs de westzijde van de Raamstraat in Enkhuizen’, West-Friese Archeologische Rapporten 89, Hoorn 2016

L. Dussubieux, ‘Chemical investigation of some 17th-century French glass personal ornaments’, in: Journal of Glass Studies Volume 51, 2009

T. Clarck, ‘Lattimo – A group of Venetian glass enameled on an opaque-white ground’, in: Journal of Glass Studies XVI, 1974

J. Gawronski, M. Hulst, R. Jayasenja, J. Veerkamp, ‘Glasafval op het achtererf, Archeologische opgraving Rozenstraat, Amsterdam (2006)’, AAR (Amsterdamse Archeologische Rapporten) 50, Amsterdam 2010

S. Gaynor, ‘French enameled glass of the Renais- sance’, In: Journal of Glass Studies 33, 1991

H. Henkes, Glas zonder glans Vijf eeuwen gebruiks- glas uit de bodem van de Lage Landen 1300-1800, Rotterdam 1994

M. Hulst, ‘Alledaags of rariteit, Een bijzondere archeologische glasvondst uit twee Amsterdamse beerputten’, In: Jaarboek Symposium Historisch Gebruiksglas, 2016, 2017

M. Hulst, ‘Het glashuis Soop, een vroeg 17e eeuws glashuis in Amsterdam (1601- ca. 1633), in: Jaarboek Historisch Gebruiksglas, 2023, 2024

M. Hulst en M. Tolboom, Het glas van Oudeschans, in voorbereiding

I. Isings, G. Rauws, H. Lägers, R. de Kam, Schitterend! Twintig eeuwen glas uit Utrechtse bodem, Utrecht 2009

Zs. Kasztovszky, B. Maróti, L. Szentmiklósi, K. Gméling, ‘Applicability of prompt-gamma activation analysis to determine elemental compositions of silicate-based cultural heritage objects and their raw materials’, in: Journal of Cultural Heritage 55, 2022, pp. 356-368

J.J. Kunicki-Goldfinger, M. Hulst, I.C. Freestone [in press], ‘17th century façon de Venise glass De Twee Rozen glasshouse, Amsterdam – technology out of step with fashion?’, in: Journal of Glass Studies, vol. 66, 2025

A. Neri, L`Arte Vetraria, translated & annoted by Paul Engle, Hubbardston 2003

P. Ploegaert, ‘Rotterdam Timmerhuis, Archeologisch onderzoek tussen Rodezand en Haagseveer. Een dijk uit de 13e eeuw en de stedelijke ontwikkeling vanaf de 14e eeuw’, BOORrapporten 541, Rotterdam 2015

J. Ras, ‘Glas’, in: J. E. M. Wattenberghe, J. E. van den Bosch (red.), Archeologische Opgraving Bethlehemstraat – Voogdijstraat, Roermond, 2011, pp. 113-126

C. Schrickx, D. Duijn, ‘Nouveau Riche aan de Nieuwe Haven. Archeologisch onderzoek naar de woon- en pakhuizen en het kantoor van de WIC tussen de paktuinen en Nieuwe Haven in Enkhuizen’, West-Friese Archeologische Rapporten 87, Hoorn 2016

H. Sedláckova, D. Rohanová, Renaissance and baroque glass from the central Danube region, Brno 2016

B.C. ter Steege, C. Schrickx, W. Stellingwerf, ‘Verrassende vondsten in een volkswijk. Archeologisch onderzoek naar een 17de eeuwse wijk tussen David- en Romeinstraat in Enkhuizen’, West-Friese Archeologische Rapporten 140, Hoorn 2019

H. Tait, The golden age of Venetian glass, Londen 1979

J. Veerkamp, ‘Amsterdam – Kloveniersburgwal’, in: Holland 34e jaargang Archeologische kroniek, 2002

M. Verità, S. Zecchin. ‘Scientific investigation of a Venetian polychrome goblet of the 16th century’, in: Journal of Glass Studies 50, 2008, pp. 105-115

W. C. Watts, C. Moretti (red.), Glass Recipes of the Renaissance. Transcription of an Anonymous Venetian Manuscript by Cesare Moretti and Tullio Toninato. English Translation with Additional Notes by David C. Watts and Cesare Moretti, Londen 2011

L. Zecchin, ‘Le ricette vetrarie di Montpellier’, in: Vetro e vetrai di Murano, Vol. I, 1987a, pp. 247-276

L. Zecchin, ‘La Toscana e il vetro Muranese e Ricette Toscane del `400’, in: Vetro e vetrana di murano, Vol. III, 1987b, pp. 213-226

P. von Zesen, Beschreibung der Stadt Amsterdam, Amsterdam 1664

Noten                                                                                                                         

1 Baart 2007, p. 18.

2 Clarck 1974, p. 23.

3 Tait 1979, p. 95.

4 Clarck 1974, p. 22.

5 Neri 1612, Volume 2, Engelse vertaling 2003, p. 32.

6 Watts en Moretti 2011, p. 24.

7 Verità en Zecchin, 2008.

8 Zecchin 1987b.

9 Zecchin 1987a.

10 Veerkamp 2001.

11 Hulst 2024, pp. 66-79.

12 Von Zesen 1664, p. 211.

13 Gawronski et al. 2010, p. 107.

14 In het classificatiesysteem voor middel- eeuws en post-middeleeuws aardewerk en glas, het Deventer-systeem, wordt dit type gl-sch-2 genoemd.

15 Baart 1984, p. 40.

16 Henkes 1994, p. 231, afbeeldingen 50.1 tot 50.4, Ploegaert 2015, p. 130 en p. 541, en Baart 2007, p. 18.

17 Hulst & Tolboom, in voorbereiding.

18 Baart 2007, p. 18.

19 Vriendelijke mededeling Hubert Cabart.

20 Barrera 1993, p. 372, afb. 142.

21 Dawson 2011, p. 133.

22 Henkes 1994, p. 225 en p. 229, Duin 2018, p. 87, afb. 147, Schrickx & Duijn 2016, p. 418 en Ras 2011, p. 118. In het Deventer-systeem wordt dit type gl-kan-1 genoemd.

23 Henkes 1994. p. 229, afb. 49.13.

24 Gaynor 1991, p. 58, fig. 20a en Dawson 2011, p. 133.

25 Gaynor 1991, p. 59.

26 Henkes 1994, p. 226, afb. 49.4.

27 Baart 2007, afbeelding 8 en 9.

28 Hulst 2016, p. 8. In het Deventer-systeem wordt dit type gl-kom-1 genoemd.

29 Bartels 1999, p. 1016.

30 Schrickx & Duijn 2016, p. 419.

31 Hulst 2020, p. 3. Uit dezelfde beerput (HE3) is ook een fopglas afkomstig.

32 Desnerck 2023, p. 106.

33 Gawronski et al. 2010, p. 109.

34 Isings et al. 2009, p. 122.

35 Met dank aan Kitty Laméris.

36 Henkes 1994, p. 229, afb. 49.12 en 49.13.

37 Henkes 1994, p. 231, afb. 50.1 en 50.2.

38 Vriendelijke mededeling Teresa Medici en Francisca Pulido Valente, research unit VICARTE (Vidro e Cerâmica para as Artes), Universiteit Lissabon.

39 Ter Steege et al. 2019, 145.

40 Getiteld: ‘Provenance and technological studies of glass from the 17th century Amsterdam, Holland’. Het project werd uitgevoerd onder het programma ‘Integrated Platform for the European Research Infrastructure on Cultural Heritage’, (IPERION CH) frame work [grant agreement no. 654028].

41 Kasztovszky et al. 2022.

42 Vriendelijke mededeling Prof. Adelphine Bonneau, Sherbrooke University, Canada.

43 Sedlackova en Rohanova 2016, p. 254.

44 Veritá 2024.

45 Dussubieux 2009, p. 100.

46 Kunicki-Goldfinger et al. 2025.                    

Dit artikel werd eerder gepubliceerd in Vormen uit Vuur (nr 257, maart 2025/1) van de Ned. Vereniging van Vrienden van Ceramiek en Glas